Stokvis, skrei en spokende fjorden

Lofoten

Lofoten, een wereld die nog het meeste weg heeft van de Alpen die in zee gegooid zijn.

Lofoten

Woeste vergezichten, pittoreske dorpjes met felgekleurde houten huizen en zo veel Arctische kabeljauw dat de Lofoten vroeger de hele toen bekende wereld met hun stokvis voedden. Ga mee op ontdekkingsreis met de schoener Noorderlicht in een wereld die nog het meeste weg heeft van de Alpen die in zee gegooid zijn.

Tekst: Marco Barneveld

Het water van de Vestfjorden klotst en schuimt als een op hol geslagen wasmachine. Windkracht zeven zweept het zwarte water van alle kanten op. Golven van drie tot vier meter beuken kruiselings tegen de schoener Noorderlicht aan. De tweemaster zwoegt hoog tegen de wind. De vuurtoren bij het plaatsje Tran¯y houdt een oogje in het zeil aan bakboord. Meer dan een uur lang trachten we tegen de stroom en de wind in vooruit te komen. Maar Tran¯y Fyr, die als baken dient, blijft op exact dezelfde plek. Voor het eerst in mijn zeilende leven, vraag ik me af waarom ik mezelf dit aandoe als resultaat van een snel opkomende zeeziekte. De ijskoude wind jaagt dwars door mijn kleren. Binnen is het warm. Aanlokkelijk, ware het niet dat binnen zitten in de kajuit geen optie is als ik de lichtgroene tint om mijn neus niet donkergroen wil laten kleuren. Kapitein Ted van Broeckhuysen tuurt over de woeste baren en gaat overstag. Beter wachten op rustiger vaarwater.

Zodra het schip gekeerd is, en de zeilen wind pakken stabiliseert de Noorderlicht en komt de gezonde kleur weer terug op mijn gezicht. Zonder die opkomende zeeziekte kan ik weer genieten van het prachtige uitzicht over de Lofoten. De Lofoten Archipel ligt boven de poolcirkel en bestaat uit een keten van eilanden die zich zoín honderdvijftig kilometer langs de kust van Noorwegen uitstrekken. Tegenwoordig verbonden met bruggen, vroeger alleen bereikbaar per boot. De eilanden horen bij de provincie Nordland. Er wonen ongeveer 27.000 zielen die veelal afhankelijk zijn van de visvangst of het toerisme. Niet dat ze klagen. Noorwegen is tenslotte nogal rijk.

Maar, het kan spoken op de Vestfjorden, het water tussen de Lofoten en het vaste land van Noorwegen. Het klimaat is, zeker in de winter, onvoorstelbaar ruw. De visrijke en ijskoude wateren zijn kristalhelder, maar krachtige stromingen maken ze bijzonder gevaarlijk. Toch zijn deze wateren met al haar fjorden, inhammen, baaien en eilandjes een droom om op te varen. Want ja, zo bruut als het water beukt vandaag, zo spiegelglad kan het kabbelen. Zoals gisteren. Al meer dan duizend jaar is dit een belangrijke vaarroute geweest. Ik sta op de boeg en tuur in de verte over kust, de heuvels en bergtoppen van deze meest noordelijke provincie van Noorwegen. Het lijkt alsof de Alpen in zee zijn gegooid. Bergen steken meer dan duizend meter de lucht in en zijn bedekt met ijs en sneeuw. De ondergaande zon beplaat de zee met glanzend koper. Ik hoor het water klotsen tegen de rode boeg van de Noorderlicht en doe mijn ogen dicht. De schone zilte lucht vult mijn longen en ik kan bijna de echo’s van het geschreeuw van de Vikingen op hun drakkars nog horen natrillen. Misschien zijn ze op weg naar verwante stammen om gezamenlijk op te varen naar de rijke kloosters van Noord-Europa. De legendarisch beruchte strooptochten die eeuwenlang angst zaaiden. Maar het is niet alleen angst wat de Noormannen brengen, ook handel vulde hun houten schepen: huiden, hout, natuursteen. En vis. Veel vis. Die vis vangt men vooral tussen half februari en eind april wanneer de Arctische kabeljauw, of skrei, met miljoenen tegelijk vanuit de voedselrijke Barentszzee naar de warmere broedgronden van de Lofoten migreren.

In de haven van Svolvaer vinden we Angel Angelson aan dek van zijn vissersboot. Groot en blond en in het bezit van zilt bloed. Hier ter plaatse geboren en getogen in wat ook wel de hoofdstad van de skrei genoemd wordt. “De skrei verschilt van de kustkabeljauw, die in de Europese wateren wordt gevangen,” legt Angel uit. “Skrei zwemt op veel grotere diepte en is beduidend groter dan zijn soortgenoten. Hij legt in zijn leven enorme afstanden af. De Arctische kabeljauw leeft het grootste deel van het jaar in de Barentszzee. Hier jagen de vissen op haring en lodde, een kleine vis. Door de ijskoude omstandigheden in de Poolcirkel groeit de vis erg langzaam, slechts een paar centimeter per jaar. Hierdoor is het visvlees anders van structuur, maar ook van smaak. De structuur van de vis is bijzonder stevig omdat het zo langzaam groeit en de kleur is wit als verse sneeuw. Twee keer maakt de skrei een lange zwerftocht. Eerst als jonge vis naar de ijskoude doch voedzame wateren, dan als volwassen vis naar de paaigronden. De vissen arriveren met honderdduizenden tegelijk bij de Lofoten waar wij vissers sinds mensenheugenis wachten op hun komst. Zo bouwde de Noorse koning ÿystein al in 1103 een kerk voor alle vissers op de Lofoten die leefden van de vangst op de winterse kabeljauw. Deze wateren zijn ons vissers sowieso goed gezind. Maar in de paaiperiode springen de vissen bijna je boot in.”

Maar wat doe je met al die vis? Zeker in de tijd dat er nog geen diepvriezers bestonden. Je mag dan honderden kiloís vis tegelijk uit het water kunnen scheppen, maar vis is bederfelijk waar. De Noren ontdekten dat het drogen van de vis een uitmuntende conserveringsmanier is. Ze hingen de kabeljauw te drogen aan stokken. Vandaar de naam stokfisk oftewel stokvis.

Ik rij naar de visdrogerijen die zich in de openlucht bevinden op de rand van Svolvaer. Met houten bomen zijn enorme stellages gebouwd die als een enorme, met vis behangen, tent zich langs de horizon uitstrekken. Hjells heten de stellages. De ramen van de auto zijn dicht. Wanneer ik uitstap, ramt de geur van vis me vol in het gezicht. Het is alles omvattend. Een dikke walmende deken. Duizenden en duizenden van kop en ingewanden ontdane vissen hangen te drogen. Aan andere hjells hangen de koppen. De frisse wind en de waterdichte huid van de kabeljauw zorgt ervoor dat de vis goed droogt. Ook als het regent. Het drogen duurt zoín drie maanden. Zouten is niet nodig. Daarna rijpt de vis nog enkele maanden na in grote schuren. Uiteindelijk is er van het originele gewicht nog twintig procent over en is de stokvis klaar. Met behoudt van alle voedingswaarden.

Voor de ontdekking van andere conserveringsme-thodes is stokvis dan ook mateloos populair. Lange tijd is het een vrij goedkoop gerecht dat bovendien met bijna 40% eiwitten erg voedzaam is. Traditioneel werd het in heel Europa gegeten in de winter. Vooral ook op de schepen van die tijd was het vaak dagelijkse kost. De stokvis is minstens een jaar houdbaar. Erg handig op de lange zeereizen van de Vikingen en andere zeevarende naties. Ook op Nederlandse schepen is stokvis tot en met de 19e eeuw een welkome aanvulling op het menu.

Aan boord van de Noorderlicht is het vandaag een verse heilbot die we voorgeschoteld krijgen. En na een fikse storm gaat dat er goed in. De heilbot is trouwens de grootste platvis ter wereld en kan een lengte hebben van vier meter met een gewicht rond de vierhonderd kilo als hij lang genoeg met rust gelaten wordt. Dat is even wat anders dan ons scholletje. Maar, dit geheel ter zijde. We liggen voor anker bij het rode houten havengebouw van Tranøy. Op de wal ligt een oude walvisvaarder die tegenwoordig dienst doet als kroeg. Vanaf de boeg staart een harpoen me vervaarlijk aan. De Noorderlicht heeft, net als dit houten schip dat jacht maakte op walvissen, ook een andere functie dan waar hij oorspronkelijk voor gebouwd is.

Het 46-meter lange schip ging begin twintigste eeuw ter water als lichtschip op de Oostzee. Op 2 juli 1910 krijgt het schip een vaste ankerplaats vlakbij Flensburg. Oorspronkelijk is het schip getuigd als driemastschoener. Maar in 1940 werd de middelste mast geofferd voor een dekhuis. De voorste en achterste mast zijn uitgerust met een licht zodat andere schepen makkelijker kunnen navigeren in het donker van de nacht. Het schip heeft geen motor, behalve een kleine motorinstallatie die perslucht produceert voor de misthoorn. Om in geval van nood toch snel uit te kunnen varen, slaat de bemanning in de spookmaanden van oktober tot april de zeilen aan. Op 12 juni 1963 werd het lichtschip buiten dienst gesteld. En zoals dat gaat, waren er vele omzwervingen die niet al te best waren voor het schip.

“In 1992 ontdekten Gert Ritzema en ik het schip in Friesland,î vertelt kapitein Ted, die nog steeds samen met Gert Ritzema eigenaar is van het schip. “We waren direct gecharmeerd van de mooie lijnen en telden 180.000 gulden neer voor het roestige casco. Een bak met geld natuurlijk maar we zagen de potentie door de roest heen.” In een tijdsbestek van twee en een half jaar bouwen ze de romp uit tot de tweemaster Noorderlicht. De oude bolders plaatsen ze terug op de nieuwe dekken om zo de historie van het schip mee te dragen in een nieuw tijdperk. Het tijdperk van passagiersschip.

“In eerste instantie voeren we in de zomermaanden op Spitsbergen en in de winter trokken we naar de zonnige Canarische Eilanden en Azoren,” vertelt Ted. “In 2004 werden we door een Noorse reisorganisatie benaderd of we interesse hadden om de Noorderlicht gedurende de winter in te vriezen in het ijs van Tempelfjorden op Spitsbergen. Zodat we konden dienen als een extreem winterhotel. Alleen bereikbaar met sledehonden. Dat leek ons mooi. En dat was het.” Tegenwoordig vaart de Noorderlicht weer in de winter. Hier op de Lofoten bijvoorbeeld.

De avond valt in Svolvaer. De kade langs de haven spiegelt van het nat. Het water kleurt zwart met de oranje weerkaatsing van de straatlantaarns. Uit de lucht lijken gouden en zilveren druppels te vallen. Op de achtergrond schemeren de rode en gele karakteristieke houten huizen. De lucht geurt fris. Het water is onrustig en de vissersschepen dobberen vervaarlijk in de deining van de haven. Ik stap restaurant Kj¯kkenet binnen. De knusse warmte van het traditioneel Noors ingerichte eethuis zorgt dat ik me direct thuis voel. Sara Jaiswal, de in klederdracht gehulde serveerster, legt uit dat dit gebouw vroeger de handelsplaats voor stokvis was. De pot schaft lokale streekkeuken. Walvis bijvoorbeeld. En Boknafisk. “Boknafisk is half gedroogde kabeljauw,” weet Sara ons te vertellen. “De smaak is sterker dan van kabeljauw. Traditioneel wordt het geserveerd met groene aardappelen en uitgebakken spek.” Troostvoedsel zou je het kunnen noemen. Zwaar en smaakvol. De perfecte begeleider op koude dagen om het lichaam genoeg brandstof te geven warm te blijven. Buiten staan de schuimkoppen op het water. Door de schoorsteen giert de wind. Het water van de Vestfjorden zal ongetwijfeld weer klotsten en schuimen als een op hol geslagen wasmachine. De Noorderlicht wacht rustig af in de veilige haven. Rustiger vaarwater keert altijd terug.

Lofoten

Ontdek zelf de Lofoten

Op zich zijn de Lofoten met eigen (zeil)boot goed te bereiken mits goed gepland. Noorwegen is een land van watersporters en er zijn meer dan voldoende beschutte ankerplaatsen en havens. Wie de zeereis te lang vindt, kan er ook voor kiezen om met Voigt Travel op pad te gaan. Voigt Travel is gespecialiseerd in reizen naar het hoge Noorden. Via Voigt Travel kun je ook een reizen boeken met De Noorderlicht. Voor het volledige aanbod aan reizen naar de Lofoten of andere bestemmingen in het Hoge Noorden kijk je op www.voigt-travel.nl.

Lofoten

Het lijkt alsof de Alpen in zee zijn gegooid. Bergen steken meer dan duizend meter de lucht in en zijn bedekt met ijs en sneeuw. De ondergaande zon beplaat de zee met glanzend koper.